ECLI:NL:RVS:2009:BJ5512
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar tegen afwijzing verzoek peiljaarverlegging
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam waarin het bezwaar tegen de afwijzing van het verzoek om peiljaarverlegging door de Raad voor Rechtsbijstand niet-ontvankelijk werd verklaard. De Raad voor Rechtsbijstand had het verzoek om peiljaarverlegging afgewezen omdat het inkomen van appellant de wettelijke grenzen overschreed.
Appellant diende het bezwaar te laat in, waardoor de Raad het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde. De rechtbank oordeelde dat het bezwaar terecht niet-ontvankelijk was, aangezien telefonisch contact of een nieuwe aanvraag niet gelijkstaat aan het indienen van een bezwaarschrift binnen de wettelijke termijn. Het hoger beroep bij de Raad van State bracht geen nieuwe gronden aan.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt bevestigd.