ECLI:NL:RVS:2009:BJ5516
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- R.H.L. Dallinga
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens overschrijding vermogensgrens eigen woning
De Raad voor Rechtsbijstand Amsterdam wees op 8 maart 2006 een aanvraag om toevoeging voor rechtsbijstand af vanwege het vermogen van appellant dat de wettelijke grens overschrijdt. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze afwijzing ongegrond. Appellant stelde in hoger beroep dat de waarde van zijn woning te hoog was vastgesteld, mede door gebreken en een te hoge vraagprijs.
De Raad van State overwoog dat volgens de Wet op de rechtsbijstand en het Besluit draagkrachtcriteria rechtsbijstand de WOZ-waarde van de woning bepalend is voor de berekening van het vermogen dat buiten beschouwing wordt gelaten. De vastgestelde WOZ-waarde van € 282.000,- was niet te hoog, ondanks de aangevoerde gebreken en economische omstandigheden.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand bevestigd.