ECLI:NL:RVS:2009:BJ5535
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen last onder dwangsom wegens overtreding Wet milieubeheer
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant legde op 12 juni 2008 aan appellant twee lasten onder dwangsom op wegens het opslaan en bewerken van mest zonder vergunning in strijd met artikel 8.1 van de Wet milieubeheer. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat de opslag van mest in mestsilo's niet vergund was en dat ook de opslag op het buitenterrein en de bewerking met een mestscheidingsinstallatie in strijd waren met de wet. Appellant voerde aan dat deze opslag inherent was aan de agrarische bedrijfsvoering en dat er sprake was van concreet zicht op legalisatie, omdat een vergunningaanvraag was ingediend.
De Raad oordeelde echter dat de situatie waarop de last betrekking had niet overeenkwam met de aangevraagde vergunning en dat er geen concreet zicht op legalisatie bestond. Ook was geen sprake van een rechtens bindende toezegging die handhaving zou uitsluiten. Verder was de begunstigingstermijn redelijk gesteld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van handhaving van milieuregels en stelt strikte voorwaarden aan het uitstel van handhavend optreden.
Uitkomst: Het beroep tegen het opleggen van lasten onder dwangsom wegens overtreding van artikel 8.1 Wet milieubeheer is ongegrond verklaard.