ECLI:NL:RVS:2009:BJ5552
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- K. Brink
- F.B. van der Maesen de Sombreff
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen wijziging revisievergunning vergistingsinrichting Limburg
Het college van gedeputeerde staten van Limburg wijzigde op verzoek van de vergunninghouder de revisievergunning voor een vergistingsinrichting, waarbij de hoeveelheden te vergisten dierlijke mest en co-substraat werden aangepast. Appellanten, omwonenden, maakten bezwaar tegen deze wijziging vanwege mogelijke toename van geluid- en geurhinder.
De Raad van State oordeelde dat het beroep niet-ontvankelijk was voor enkele beroepsgronden, maar dat de overige gronden inhoudelijk beoordeeld moesten worden. Het college had aannemelijk gemaakt dat het aantal transportbewegingen niet significant zou toenemen en dat de geluidemissie binnen de toegestane grenswaarden bleef.
Ook de vermeende toename van geuremissie werd door het college onderbouwd met een TNO-rapport waaruit bleek dat het rendement van geurverwijdering 99% bedraagt. De ammoniakemissie bleef ruim onder de geldende normen. Bovendien is het verzoek tot wijziging niet te weigeren omdat het is gedaan om subsidie veilig te stellen.
De overige bezwaren hadden betrekking op de werking van de inrichting zoals oorspronkelijk vergund en konden in deze procedure niet worden behandeld. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de wijziging van de revisievergunning is ongegrond verklaard.