ECLI:NL:RVS:2009:BJ6032
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- C.W. Mouton
- H. Borstlap
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen revisievergunning opslag en verwerking afvalstoffen vanwege milieuoverwegingen
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende aan appellante een revisievergunning voor tien jaar voor diverse activiteiten met afval- en bouwstoffen, waaronder opslag en verwerking aan de Fokmast te Goirle. Appellante stelde beroep in tegen het aan de vergunning verbonden voorschrift 10.1.2, dat bepaalde bewijsmiddelen voor de kwaliteit van partijen grond voorschreef, zonder de bodemkwaliteitskaart als bewijs toe te laten.
Appellante voerde aan dat de bodemkwaliteitskaart als milieuhygiënische verklaring voldoende zekerheid biedt over de kwaliteit van de grond en dat het voorschrift onnodig bezwarend is. Het college stelde dat het Besluit bodemkwaliteit niet van toepassing is vanwege de langere opslagduur van tien jaar zonder bodembeschermende voorzieningen, en dat de bodemkwaliteitskaart onvoldoende zekerheid geeft over de kwaliteit van de grond.
De Raad van State overwoog dat opslag langer dan drie jaar niet valt onder het toepassingsgebied van het Besluit bodemkwaliteit, waardoor de bodemkwaliteitskaart geen toereikend bewijsmiddel is. Gezien het ontbreken van bodembescherming en de lange opslagduur was het college gerechtvaardigd het voorschrift te handhaven. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het collegebesluit is ongegrond verklaard en het voorschrift 10.1.2 gehandhaafd.