Uitspraak
200701608/1, is voor het oordeel door de bestuursrechter dat een privaatrechtelijke belemmering aan de verlening van vrijstelling in de weg staat slechts aanleiding, wanneer deze een evident karakter heeft, nu de burgerlijke rechter de eerst aangewezen rechter is om die vraag te beantwoorden. De rechtbank heeft dit uitgangspunt terecht ten grondslag gelegd aan de beoordeling van de hiervoor weergegeven door [appellante] opgeworpen beroepsgrond. Daaraan doet niet af dat in de uitspraak waarnaar de rechtbank in dit verband heeft verwezen andere feiten en omstandigheden aan de orde waren.