ECLI:NL:RVS:2009:BJ6048
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vergunning voor waterbouwkundige werken in Oude en Nieuwe Broekpolder
Het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het Hoogheemraadschap van Delfland verleende op 10 april 2007 een vergunning voor het bouwen van een kas en waterbassin, het dempen en graven van water, en het aanleggen van dammen en stuwen in de Oude en Nieuwe Broekpolder. Appellant maakte bezwaar tegen deze vergunning, stellende dat de belasting van het watersysteem zou toenemen door de toename van verhard oppervlak en directe hemelwaterafvoer.
De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad overwoog dat het college een vaste gedragslijn hanteert waarbij voor elke m2 gedempt water eenzelfde hoeveelheid water wordt gecompenseerd door elders te graven. Bovendien zijn aanvullende maatregelen getroffen, zoals het graven van een nieuwe watergang en het verbreden van een bestaande watergang, die de waterhuishouding verbeteren.
De Raad concludeerde dat de vergunningverlening niet leidt tot een verslechtering van de waterhuishouding en dat het college in redelijkheid tot verlening kon besluiten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de vergunningverlening bevestigd.