ECLI:NL:RVS:2009:BJ6051
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.W.L. Loeb
- M.M. van der Smissen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen oplegging Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer door CBR
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen het besluit van het CBR om [verzoeker] te verplichten deel te nemen aan een Educatieve Maatregel Gedrag en verkeer (EMG) vanwege een snelheidsovertreding van 50 km/u of meer binnen de bebouwde kom.
Het CBR had op basis van een schriftelijke mededeling conform artikel 130 WVW Pro 1994 en de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid het besluit genomen. De voorzieningenrechter van de rechtbank Breda had het beroep van [verzoeker] tegen dit besluit ongegrond verklaard. [Verzoeker] stelde hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om niet aan de EMG te hoeven deelnemen voordat het hoger beroep was beslist.
De voorzitter overwoog dat besluiten in beginsel uitvoerbaar zijn, ook als daartegen beroep is ingesteld, en dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen als aannemelijk is dat het bestreden besluit en de uitspraak in hoger beroep geen stand zullen houden. De aangevoerde argumenten van [verzoeker], waaronder dat de snelheidsovertreding buiten de bebouwde kom zou zijn vastgesteld, faalden. Het proces-verbaal vermeldde immers dat [verzoeker] met ruim 160 km/u de bebouwde kom was binnengereden.
Ook het beroep op artikel 8:86 Awb Pro, dat de voorzieningenrechter bevoegdheid geeft om onmiddellijk uitspraak te doen, werd verworpen. De voorzitter concludeerde dat het verzoek om voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen en wees het af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de oplegging van de EMG door het CBR wordt afgewezen.