ECLI:NL:RVS:2009:BJ6069
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- M.M. van Driel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging handhaving bouw zonder vergunning ondanks verzoek tot legalisatie
Het college van burgemeester en wethouders van Cuijk legde aan appellant een last onder dwangsom op om drie bouwwerken zonder bouwvergunning te verwijderen. Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep bij de Raad van State betoogde appellant dat handhaving niet in het algemeen belang was, dat concreet zicht op legalisatie bestond vanwege een voorgenomen bestemmingsplanwijziging, en dat handhaving onevenredig was.
De Raad van State overwoog dat het bouwen zonder vergunning in strijd is met artikel 40 van Pro de Woningwet en dat het college in beginsel verplicht is handhavend op te treden. Het enkele feit dat een bestemmingsplanwijziging in voorbereiding is, betekent niet dat concreet zicht op legalisatie bestaat. Ook het argument dat handhaving onevenredig is faalde, omdat appellant op eigen risico bouwde zonder vergunning.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de last onder dwangsom blijft gehandhaafd.