Uitspraak
200204890/1op het standpunt heeft mogen stellen dat [appellanten] niet in aanmerking komen voor een reguliere ligplaatsvergunning. Tenslotte heeft de rechtbank overwogen dat voor het vinden van een alternatieve locatie niet is vereist, dat daarover met de eigenaren van de woonschepen volledige overeenstemming is bereikt, maar dat voldoende is dat een redelijke oplossing is bereikt waarbij ook rekening is gehouden met alle belangen van [appellanten].
200603734/1) kan niet worden geoordeeld dat het in de Regeling neergelegde bevriezingsbeleid de grenzen van een redelijke beleidsbepaling te buiten gaat.
200204890/1in rechte onaantastbaar geworden. De Afdeling heeft in deze uitspraak evenals in haar voormelde uitspraak van 4 oktober 2006 geoordeeld dat van het gevoerde beleid, zoals neergelegd in de "Nota Amsterdam te Water 1995" en nadien geëvalueerd in het "Evaluatierapport van de Nota Amsterdam te Water 1995" en aangepast in de Regeling, niet kan worden gezegd dat daarmee buiten de grenzen van een redelijke beleidsbepaling is gekomen.