ECLI:NL:RVS:2009:BJ6623
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- W.C.E. Hammerstein-Schoonderwoerd
- M. van Hulst
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen revisievergunning milieu
Het college van burgemeester en wethouders van Rucphen verleende op 28 april 2009 een revisievergunning op grond van artikel 8.4 van de Wet milieubeheer aan een vergunninghoudster voor een inrichting te Rucphen. Dit besluit werd op 14 mei 2009 ter inzage gelegd. Een belanghebbende, wonende op meer dan 450 meter afstand van de inrichting, stelde beroep in tegen dit besluit en verzocht tegelijkertijd om een voorlopige voorziening.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 13 augustus 2009. De voorzitter oordeelde dat ondanks de afstand en de geringe kans op milieugevolgen, het belanghebbende niet op voorhand uitgesloten kon worden vanwege de door hem gestelde geuroverlast. Hierdoor werd het verzoek inhoudelijk beoordeeld.
Echter bleek dat nog niet alle benodigde bouwvergunningen voor de veranderingen aan de inrichting waren aangevraagd en dat het onduidelijk was wanneer dit zou gebeuren. Volgens artikel 20.8 van de Wet milieubeheer treedt het besluit pas in werking nadat alle benodigde bouwvergunningen zijn verleend. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor het treffen van een voorlopige voorziening.
Daarom wees de voorzitter het verzoek af en werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Deze uitspraak is gedaan op 24 augustus 2009 door voorzitter Hammerstein-Schoonderwoerd in aanwezigheid van ambtenaar van Staat Van Hulst.
Uitkomst: Het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening tegen de revisievergunning milieu wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.