ECLI:NL:RVS:2009:BJ6626

Raad van State

Datum uitspraak
25 augustus 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200903668/2/R2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • P.J.J. van Buuren
  • J. Verbeek
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen goedkeuring bestemmingsplan Zwaaikom

Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant heeft op 21 april 2009 opnieuw besloten tot goedkeuring van het bestemmingsplan 'Zwaaikom', vastgesteld door de gemeenteraad van Oosterhout op 20 september 2005. De Belangenvereniging LMPweg heeft tegen dit besluit beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening.

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak behandelde het verzoek op 19 augustus 2009. De vereniging stelde dat de toename van verkeer op de Lage Molenpolderweg door de woningbouw niet voldoende was onderzocht en wilde met het verzoek onomkeerbare situaties voorkomen.

De voorzitter constateerde dat de betonfabriek van Struyk-Verwo op de bouwlocatie staat en dat de bedrijfsactiviteiten niet eerder dan na de zomer van 2010 zullen worden beëindigd. Ook was niet aannemelijk dat voor die tijd bouwvergunningen voor de woningen worden aangevraagd. Hierdoor ontbrak het spoedeisend belang voor het verzoek.

Daarom wees de voorzitter het verzoek om voorlopige voorziening af en wees een proceskostenveroordeling af. De vereniging werd gewezen op de mogelijkheid een nieuw verzoek in te dienen indien eerder bouwvergunningen worden aangevraagd.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het goedkeuringsbesluit van het bestemmingsplan Zwaaikom is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

200903668/2/R2.
Datum uitspraak: 25 augustus 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen onder meer:
de vereniging Belangenvereniging LMPweg, gevestigd te Oosterhout,
verzoekster,
en
het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 21 april 2009 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant (hierna: het college) opnieuw besloten over de goedkeuring van het door de raad van de gemeente Oosterhout (hierna: de raad) bij besluit van 20 september 2005 vastgestelde bestemmingsplan "Zwaaikom".
Tegen dit besluit heeft onder meer de vereniging Belangenvereniging LMPweg (hierna: Belangenvereniging LMPweg) bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 15 juni 2009, beroep ingesteld.
Bij dezelfde brief als waarmee beroep is ingesteld heeft de Belangenvereniging LMPweg de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 19 augustus 2009, waar de Belangenvereniging LMPweg, vertegenwoordigd door [gemachtigde] en het college en de raad, beide vertegenwoordigd door mr. W.J. Bosma, advocaat te Breda, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het plan voorziet onder meer in de bouw van ruim 1000 woningen. De Afdeling heeft bij uitspraak van 26 september 2007, in zaaknr. <a target="_blank" href="http://18330">200604298/1</a> het besluit van het college tot goedkeuring van plandelen die voorzien in woningbouw vernietigd. Bij het bestreden besluit heeft het college opnieuw goedkeuring verleend aan deze plandelen.
2.3. De Belangenvereniging LMPweg verzoekt schorsing van het goedkeuringsbesluit. Zij voert onder meer aan dat de toename van verkeer op de Lage Molenpolderweg als gevolg van de woningbouw in het plangebied niet goed is onderzocht. Zij beoogt met haar verzoek onomkeerbare situaties te voorkomen.
2.4. Op de gronden waarop de woningbouw is voorzien staat de betonfabriek van Struyk-Verwo. De raad heeft ter zitting verklaard dat de gemeente en Struyk-Verwo in onderhandeling zijn over de aankoop van de gronden, waarbij het uitgangspunt is dat het bedrijf verplaatst zal worden. Dit betekent dat nadat de gemeente en Struyk-Verwo overeenstemming hebben bereikt over de aankoop van de gronden, het bedrijf de bedrijfsactiviteiten ter plaatse pas kan beëindigen als haar nieuwe locatie bedrijfsklaar is. Niet aannemelijk is dat de bedrijfsactiviteiten eerder dan na de zomer van 2010 zullen zijn beëindigd. Evenmin is aannemelijk dat voor de in het plangebied voorziene woningen voor dat moment bouwvergunningen worden aangevraagd.
Onder deze omstandigheden is de voorzitter van oordeel dat met het verzoek geen spoedeisend belang is gemoeid.
De voorzitter wijst erop dat de Belangenvereniging LMPweg een nieuw verzoek om voorlopige voorziening kan indienen in het geval voor het hiervoor genoemde moment bouwvergunningen worden aangevraagd voor nieuwe woningen in het plangebied.
2.5. Gelet hierop bestaat aanleiding het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening af te wijzen.
2.6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. P.J.J. van Buuren, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. J. Verbeek, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Buuren w.g. Verbeek
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 25 augustus 2009
388.