ECLI:NL:RVS:2009:BJ6679
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- W. van den Brink
- C.W. Mouton
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing vervangend EG-certificaat voor Europese zeearend
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de afwijzing door de minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van haar aanvraag voor een vervangend EG-certificaat voor een vrouwelijke Europese zeearend. De minister weigerde het certificaat omdat de zeearend niet was voorzien van een naadloos gesloten pootring en het oorspronkelijke certificaat geen overdracht van eigendom toestond. Tevens was de minister van mening dat alleen de Oostenrijkse autoriteiten bevoegd waren tot het afgeven van een vervangend certificaat.
De rechtbank Rotterdam had het beroep van appellante ongegrond verklaard, stellende dat het oorspronkelijke certificaat slechts gold voor fokdoeleinden (code B) en niet voor commerciële doeleinden (code T), waardoor het bezit en de handel in de zeearend in strijd waren met de Basisverordening (EG) nr. 338/97. Appellante voerde aan dat het certificaat wel degelijk ontheffing verleende zolang het fokdoel werd gehandhaafd.
De Raad van State oordeelde dat het verbod in artikel 8 van Pro de Basisverordening niet beperkt is tot commerciële doeleinden en dat voor elke activiteit afzonderlijke ontheffingen vereist zijn. Het oorspronkelijke certificaat gaf geen toestemming tot verkoop of eigendomsoverdracht. Bovendien kan een vervangend certificaat alleen worden afgegeven door de instantie die het oorspronkelijke certificaat heeft afgegeven, hier de Oostenrijkse autoriteiten. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het vervangend EG-certificaat bevestigd.