Uitspraak
200808577/1/H1, ter zitting behandeld op 27 juli 2009, waar [appellante sub 1], in persoon, en [appellant sub 2], vertegenwoordigd door mr. G.J.A.M. Bogaers, advocaat te Laren NH, en het college, vertegenwoordigd door mr. F.R.M. van Lent, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
200406181/1, geeft de vraag of een proceskostenveroordeling moet worden uitgesproken onvoldoende aanleiding om tot een inhoudelijke beoordeling van de zaak over te gaan. Nu, afgezien van de vraag of aanleiding bestaat tot een proceskostenveroordeling over te gaan, geen belang meer bestaat bij een beoordeling van het besluit op bezwaar van 7 november 2006, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het daartegen ingestelde beroep niet-ontvankelijk is.
200407588/1, dat de rechtbank heeft miskend dat artikel 5 van Pro de planvoorschriften buiten toepassing moet blijven vanwege strijd met de rechtszekerheid, omdat in een geval als het onderhavige onduidelijk is of een afwijking onder artikel 5 van Pro de planvoorschriften valt en dus positief is bestemd of onder het overgangsrecht als neergelegd in artikel 32 van Pro de planvoorschriften. Mocht worden geoordeeld dat artikel 5 van Pro de planvoorschriften niet buiten toepassing blijft, dan, zo betoogt zij, heeft de rechtbank miskend dat het bouwplan in strijd is met artikel 5, eerste lid, van de planvoorschriften, omdat de afstand tot de perceelsgrens thans is verkleind tot 1,25 m.
200805509/1/R1, waarin, voor zover van belang, wordt overwogen dat de Afdeling, anders dan in de uitspraak van 3 augustus 2005, waarin een oordeel is gegeven over planvoorschriften van gelijke strekking, thans van oordeel is dat de betrokken planvoorschriften niet tot rechtsonzekerheid leiden.
200808577/1/H1.