ECLI:NL:RVS:2009:BJ6915
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel in vreemdelingenrecht met toepassing Dublinverordening
De vreemdeling diende op 7 juni 2009 een asielaanvraag in Nederland in en stemde in met overdracht naar Denemarken op grond van artikel 7 van Pro Verordening (EG) Nr. 343/2003 (Dublinverordening) om zich bij haar echtgenoot te voegen. De staatssecretaris onderzocht of een claim aan Denemarken kon worden gezonden. De vreemdeling verklaarde niet de intentie te hebben naar Nederland te reizen en wilde meewerken aan overdracht.
De rechtbank had de vrijheidsontnemende maatregel opgeheven omdat zij vond dat het grensbewakingsbelang onvoldoende was om voortzetting te rechtvaardigen en dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de maatregel niet kon worden beëindigd. De rechtbank oordeelde dat de detentie mogelijk langdurig zou zijn en dat de asielaanvraag daardoor niet beoordeeld kon worden.
De minister stelde hoger beroep in en voerde aan dat de rechtbank onvoldoende terughoudend had getoetst en onvoldoende gewicht had toegekend aan het grensbewakingsbelang dat zich uitstrekt over het gehele Schengengebied. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de vrijheidsontnemende maatregel gerechtvaardigd is gelet op het grensbewakingsbelang en het risico dat de vreemdeling zich aan toezicht zou onttrekken.
De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan op 18 augustus 2009.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de vrijheidsontnemende maatregel wordt gehandhaafd.