ECLI:NL:RVS:2009:BJ7222

Raad van State

Datum uitspraak
9 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200809379/1/H1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R.W.L. Loeb
  • A.M.L. Hanrath
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens gebrek aan belang bij gesplitste bewoning

Het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode heeft bij besluit van 11 juni 2008 gelast dat de gesplitste bewoning van een pand te Sint-Oedenrode moet worden beëindigd, onder dreiging van een dwangsom. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch heeft dit besluit op 6 november 2008 bevestigd door het beroep van wederpartij ongegrond te verklaren.

Appellant heeft tegen deze uitspraak hoger beroep ingesteld bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft ambtshalve onderzocht of appellant belanghebbende is bij het hoger beroep. Uit het dossier blijkt dat het besluit is genomen naar aanleiding van een verzoek van appellant zelf, maar dat appellant niet heeft gesteld dat hij door het besluit schade lijdt of dat hij door een gegrondverklaring van het hoger beroep in een gunstigere positie kan komen.

Daarom concludeert de Afdeling dat appellant geen belang heeft bij het hoger beroep en verklaart zij dit niet-ontvankelijk. De uitspraak is gedaan door een enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 september 2009.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belang.

Uitspraak

200809379/1/H1.
Datum uitspraak: 9 september 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend te [woonplaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 6 november 2008 in zaak nrs. 08/2268 en 08/3040 in het geding tussen:
[wederpartij], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode.
1. Procesverloop
Bij besluit van 11 juni 2008, voor zover thans van belang, heeft het college van burgemeester en wethouders van Sint-Oedenrode [wederpartij] op straffe van een dwangsom gelast een einde te maken aan de gesplitste bewoning van het pand [locatie] te [plaats].
Bij uitspraak van 6 november 2008, verzonden op 13 november 2008, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch (hierna: de voorzieningenrechter) het door [wederpartij] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft [appellant] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 24 december 2008, hoger beroep ingesteld. De gronden ervan zijn aangevuld bij brief van 26 januari 2009.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [wederpartij] een schriftelijke reactie gegeven.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting, gevoegd met zaak nr.
200809375/1, behandeld op 1 september 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. M.H.J. van Els, ambtenaar in dienst van de gemeente, is verschenen.
Na de behandeling ter zitting zijn de zaken gesplitst.
2. Overwegingen
2.1. Ambtshalve moet onderzocht worden of [appellant] belang heeft bij het door hem ingestelde hoger beroep.
2.2. Het besluit van 11 juni 2008 is genomen naar aanleiding van een verzoek daartoe van [appellant]. Niet is gebleken dat [appellant] door eventuele gegrondbevinding van het hoger beroep in een voor hem gunstiger positie kan geraken. Daarbij wordt mede in aanmerking genomen dat hij niet heeft gesteld dat hij als gevolg van het besluit van 11 juni 2008 schade heeft geleden.
2.3. De conclusie is dat [appellant] geen belang heeft bij het door hem ingestelde hoger beroep, zodat het niet-ontvankelijk is.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. R.W.L. Loeb, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.M.L. Hanrath, ambtenaar van Staat.
w.g. Loeb w.g. Hanrath
lid van de enkelvoudige kamer ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 9 september 2009
392.