ECLI:NL:RVS:2009:BJ7528
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- A.W.M. Bijloos
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens schending hoor en wederhoor bij voortduren vreemdelingenbewaring
De vreemdeling was in vreemdelingenbewaring gesteld bij besluit van 30 juli 2008. Hij stelde beroep in tegen het voortduren van deze bewaring. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De rechtbank had aangenomen dat de vreemdeling de voortgangsrapportage op 13 juli 2009 had ontvangen en dat zijn reactie op 22 juli te laat was. Uit het verweerschrift van de staatssecretaris bleek echter dat de voortgangsrapportage pas op 20 juli 2009 aan de vreemdeling was gezonden. Hierdoor was de reactie van 22 juli binnen de termijn en had de rechtbank deze ten onrechte buiten beschouwing gelaten.
De Afdeling oordeelde dat hierdoor het beginsel van hoor en wederhoor was geschonden en dat er geen sprake was van een eerlijk proces. Hoewel de Vreemdelingenwet 2000 geen grondslag biedt voor hoger beroep in deze situatie, nam de Afdeling toch kennis van het hoger beroep. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de zaak werd terugverwezen voor herbehandeling. Tevens werden de proceskosten vastgesteld.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd wegens schending van hoor en wederhoor en de zaak wordt terugverwezen voor herbehandeling.