ECLI:NL:RVS:2009:BJ7741
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- R.J. Hoekstra
- R.E.A. Matulewicz
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ontgrondingsvergunning Kraaijenbergse Plassen
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant verleende op 22 december 2008 een vergunning onder voorschriften aan een vergunninghouder voor het ontgronden van 22 hectare waterbodem in de Kraaijenbergse Plassen, fase 5, tot 1 april 2010.
De Stichting Dorpsraad Linden stelde beroep in tegen deze vergunning en verzocht om een voorlopige voorziening om onomkeerbare gevolgen van de werkzaamheden te voorkomen. De Dorpsraad voerde aan dat het college onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van omwonenden, dat ten onrechte geen milieuvergunning was aangevraagd en dat een milieueffectrapportage ontbrak. Ook stelde zij dat het flora- en faunaonderzoek ondeugdelijk was en alternatieven onvoldoende waren onderzocht.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat de Dorpsraad voorshands als belanghebbende kon worden aangemerkt en dat de vergunning betrekking had op het verdiepen van een plas met het oog op het aanleggen van een onderwaterdam. De voorzitter achtte nader onderzoek naar milieuaspecten noodzakelijk, wat niet binnen de voorlopige voorziening kon worden beoordeeld.
Gezien het spoedeisende belang van de vergunninghouder en de verwachting dat de werkzaamheden geen onomkeerbare schade veroorzaken, en gezien de spoedige behandeling van de bodemprocedure, werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De voorzitter wees het verzoek af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ontgrondingsvergunning wordt afgewezen.