ECLI:NL:RVS:2009:BJ7759

Raad van State

Datum uitspraak
16 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200807595/1/M2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • K. Brink
  • W. Sorgdrager
  • W.J. Deetman
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Artikel VII Wijzigingswet Wet geluidhinderWet geluidhinder
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging besluit college over hogere waarden geluidbelasting in bestemmingsplan Poort van Wormer

Het college van burgemeester en wethouders van Wormerland stelde op 1 april 2008 hogere waarden vast voor geluidbelasting vanwege wegverkeers- en industrielawaai voor woningen in het bestemmingsplan 'Poort van Wormer'. Dit besluit werd op 10 juli 2008 ter inzage gelegd. Tegen dit besluit stelde een appellant beroep in bij de Raad van State.

De appellant voerde aan dat het college niet bevoegd was het besluit te nemen omdat volgens de Wet geluidhinder zoals die voor 1 januari 2007 gold, het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland bevoegd gezag was. Het college stelde dat het sinds 1 januari 2007 zelf bevoegd gezag was.

De Raad van State oordeelde dat op grond van de Wijzigingswet Wet geluidhinder het oude recht van toepassing bleef voor besluiten waarvan het voornemen tot het indienen van een verzoek tot het vaststellen van hogere waarden vóór de inwerkingtreding van de wijzigingswet was bekendgemaakt. Omdat het college op 27 augustus 2006 een dergelijk voornemen bekendmaakte, was het college niet bevoegd het besluit van 1 april 2008 te nemen.

Daarom werd het beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd en het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan de appellant.

Uitkomst: Het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Wormerland van 1 april 2008 wordt vernietigd wegens onbevoegdheid.

Uitspraak

200807595/1/M2.
Datum uitspraak: 16 september 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], gevestigd te [plaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Wormerland,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 1 april 2008 heeft het college van burgemeester en wethouders van Wormerland (hierna: het college) op grond van de Wet geluidhinder waarden vastgesteld voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai en industrielawaai van in het bestemmingsplan "Poort van Wormer" geprojecteerde woningen. Dit besluit is op 10 juli 2008 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit heeft [appellante] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 20 augustus 2008, beroep ingesteld.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 augustus 2009, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. S.P.M. Schaap, advocaat te Enschede, ing. G.A. Kronen en L.H. Koene, en het college vertegenwoordigd door E. Houwertjes, J.A.M. Witteman en S. Bukman, werkzaam bij de gemeente, zijn verschenen. Tevens is de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Parteon Projectontwikkeling Holding B.V., vertegenwoordigd door, mr. D.A. Cleton en P.J.M. Koopman als partij gehoord.
2. Overwegingen
2.1. [appellante] voert aan dat het college niet bevoegd was om het bestreden besluit te nemen. Volgens haar is de Wet geluidhinder, zoals die voor 1 januari 2007 luidde, van toepassing, zodat het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland bevoegd was.
2.1.1. Het college stelt sinds 1 januari 2007 het bevoegd gezag voor het vaststellen van de hogere grenswaarde op grond van de Wet geluidhinder te zijn. Nu het definitieve besluit op 1 april 2008 is genomen meent het college het bevoegd gezag in deze te zijn.
2.1.2. Artikel VII, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wijzigingswet Wet geluidhinder (modernisering instrumentarium geluidbeleid, eerste fase) bepaalt, voor zover hier van belang, dat de Wet geluidhinder en de daarop gebaseerde regelgeving zoals deze gold voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze wet van toepassing blijft op de onderstaande besluiten, totdat deze onherroepelijk zijn geworden: het vaststellen van een hogere waarde voor de ten hoogste toelaatbare geluidbelasting waarvoor de bekendmaking van het voornemen tot het indienen van een verzoek tot het vaststellen van die hogere waarde heeft plaatsgevonden voorafgaand aan de inwerkingtreding van deze wet.
2.1.3. Uit de stukken blijkt dat het college op 27 augustus 2006 een voornemen tot het doen van een verzoek aan het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland tot het vaststellen van de onderhavige hogere waarden heeft bekend gemaakt. Uit artikel VII, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wijzigingswet Wet geluidhinder volgt dat in dat geval het oude recht, met het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland als bevoegd gezag, van toepassing is. Het college was derhalve niet bevoegd het bestreden besluit te nemen.
2.2. Het beroep is gegrond. Het besluit van 1 april 2008 komt voor vernietiging in aanmerking.
2.3. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
I. verklaart het beroep gegrond;
II. vernietigt het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Wormerland van 1 april 2008;
III. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Wormerland tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand; het dient door het college van burgemeester en wethouders van Wormerland aan [appellante] onder vermelding van het zaaknummer te worden betaald;
IV. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Wormerland aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 288,00 (zegge: tweehonderdachtentachtig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. K. Brink, voorzitter, en mr. W. Sorgdrager en drs. W.J. Deetman, leden, in tegenwoordigheid van drs. G.K. Klap, ambtenaar van Staat.
w.g. Brink w.g. Klap
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 16 september 2009
315.