Uitspraak
200707551/1) is de MOB gezien haar statutaire doelstelling en feitelijke werkzaamheden door de in geding zijnde vergunning rechtstreeks getroffen in een belang dat zij in het bijzonder behartigt, zodat MOB daarbij belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. De Afdeling ziet thans geen aanleiding om hieromtrent tot een ander oordeel te komen.
200508481/1vernietigd naar aanleiding van een beroep van VMDLT, die bij die uitspraak als belanghebbende bij het besluit van 19 juli 2005 is aangemerkt. Naar het oordeel van de Afdeling is met het bestreden besluit sprake van een materiële voortzetting van de zaak. Dat aan het bestreden besluit een nieuwe aanvraag ten grondslag ligt, maakt dit niet anders. Het moet ervoor worden gehouden dat ook VMDLT belanghebbende is in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.