ECLI:NL:RVS:2009:BJ7786
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- A.J. Soede
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking bouwvergunning wegens onvoldoende belangenafweging
Het college van burgemeester en wethouders van Waterland had bij besluit van 3 december 2007 de eerder aan appellant verleende bouwvergunningen ingetrokken wegens een stillegging van de bouwwerkzaamheden van meer dan 26 weken, conform artikel 59 van Pro de Woningwet en de gemeentelijke bouwverordening.
Appellant maakte bezwaar tegen deze intrekking, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Haarlem bevestigde dit oordeel, maar appellant ging in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was tot intrekking vanwege de stillegging, maar dat het college onvoldoende zorgvuldigheid in acht had genomen bij de belangenafweging. Zo had het college onvoldoende contact gezocht met appellant over de voortgang en had het niet concreet onderbouwd waarom de vergunningen niet meer aan de bouwvoorschriften zouden voldoen.
Daarom vernietigde de Raad van State het besluit en verklaarde het beroep gegrond. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht aan appellant.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit tot intrekking van de bouwvergunningen wegens onvoldoende zorgvuldige belangenafweging door het college.