ECLI:NL:RVS:2009:BJ8277

Raad van State

Datum uitspraak
17 september 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200904722/2/M2
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • J.H. van Kreveld
  • M.J. van der Zijpp
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8.4 Wet milieubeheerArt. 8:81 Algemene wet bestuursrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening schorsing revisievergunning uitbreiding veehouderij Haaksbergen

Het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen verleende op 12 mei 2009 een revisievergunning voor de uitbreiding van een veehouderij van 1.317 naar 2.160 vleesvarkens. Tegen dit besluit stelden belanghebbenden beroep in en verzochten om een voorlopige voorziening.

De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde het verzoek op 3 september 2009. De verzoekers voerden aan dat de uitbreiding ernstige geurhinder, ammoniak- en geluidoverlast zou veroorzaken. De voorzitter oordeelde dat de procedure niet geschikt was om de complexe milieuvraagstukken definitief te beoordelen, maar achtte het niet uitgesloten dat het beroep gegrond zou zijn.

Gezien het voorlopige karakter van de beslissing en het feit dat de vergunninghouder de uitbreiding niet op korte termijn hoefde te realiseren, werd het besluit geschorst. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan de verzoekers.

Uitkomst: Het besluit tot verlening van de revisievergunning wordt geschorst en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

200904722/2/M2.
Datum uitspraak: 17 september 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoekers], wonend te [woonplaats],
en
het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen,
verweerder.
1. Procesverloop
Bij besluit van 12 mei 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen (hierna: het college) aan [vergunninghouder] een revisievergunning als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, van de Wet milieubeheer verleend voor het uitbreiden van een veehouderij aan de [locatie] te [plaats]. Dit besluit is op 29 mei 2009 ter inzage gelegd.
Tegen dit besluit hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 1 juli 2009, beroep ingesteld.
Bij deze brief hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Het college heeft nadere stukken ingediend.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 3 september 2009, waar [verzoekers] in persoon en bijgestaan door ir. A.K.M. van Hoof, en het college, vertegenwoordigd door mr. B.H. Nijland, ing. J.K. Kaal-Balt en ing. M.M. Buscher, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. [verzoekers] verzoeken de voorzitter het bestreden besluit te schorsen, omdat een groot aantal mensen ernstige geurhinder zal ondervinden wanneer [vergunninghouder] tot de vergunde uitbreiding van het aantal vleesvarkens van 1.317 tot 2.160 stuks zal overgaan. [verzoekers] hebben in het beroep onder meer gronden aangevoerd ten aanzien van stank, ammoniak en geluid.
2.2.1. De voorzitter overweegt dat deze procedure zich niet leent voor het beantwoorden van de door [verzoekers] opgeworpen complexe vragen, en dat het niet uitgesloten is dat het beroep van [verzoekers] zal slagen.
Bovendien is het tijdens de zitting aannemelijk geworden dat het voor vergunninghouder niet van belang is de vergunde uitbreiding reeds op korte termijn te realiseren.
2.2.2. Onder deze omstandigheden ziet de voorzitter aanleiding, bij afweging van de betrokken belangen, om bij wijze van voorlopige voorziening het bestreden besluit te schorsen in afwachting van de behandeling van het beroep in de bodemprocedure.
2.3. Het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen van 12 mei 2009, kenmerk I2005.5734;
II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen tot vergoeding van bij [verzoekers] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 688,33 zegge: zeshonderdachtentachtig euro en drieëndertig cent), waarvan € 644,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen;
III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van Haaksbergen aan [verzoekers] het door hem voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 150,00 (zegge: honderdvijftig euro) vergoedt, met dien verstande dat betaling aan een van hen bevrijdend werkt ten opzichte van de anderen.
Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Kreveld, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.J. van der Zijpp, ambtenaar van Staat.
w.g. Van Kreveld w.g. Van der Zijpp
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 17 september 2009
262-632.