Uitspraak
200304736/1) geeft een beschrijving in hoofdlijnen de wijze weer waarop de doeleinden van het bestemmingsplan worden gerealiseerd. Weliswaar is een beschrijving in hoofdlijnen - mits duidelijk en concreet geformuleerd - in beginsel geschikt om als aanvullend toetsingskader voor bouwaanvragen te dienen, doch een dergelijke toetsing kan er niet toe leiden dat een concreet bebouwingsvoorschrift uit het bestemmingsplan opzij gezet wordt. Nu het bouwplan wat de hoogte betreft, behoudens ter plaatse van de bestaande luifel, in overeenstemming is met de plankaart en de in artikel 6 van Pro de planvoorschriften neergelegde bebouwingsvoorschriften, heeft de rechtbank terecht niet de betekenis aan de in artikel 4 opgenomen Pro beschrijving in hoofdlijnen toegekend die [appellant] heeft bepleit, nog daargelaten of deze voldoende duidelijk en concreet is geformuleerd om als aanvullend toetsingskader te kunnen dienen. Voor zover [appellant] een beroep doet op de toelichting op het bestemmingsplan, leidt dat evenmin tot het beoogde doel, nu deze, zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 16 februari 2005 in zaak nr.
200404104/1), geen deel uitmaakt van het bestemmingsplan. Daaraan komt op zichzelf dan ook geen bindende betekenis toe.
200804977/1) mag het college, hoewel het niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij hem berust, aan het advies in beginsel doorslaggevende betekenis toekennen. Tenzij het advies naar inhoud of wijze van totstandkoming zodanige gebreken vertoont dat het college dit niet - of niet zonder meer - aan zijn oordeel omtrent de welstand ten grondslag heeft mogen leggen, behoeft het overnemen van een welstandsadvies in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders indien de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies overlegt van een andere deskundig te achten persoon of instantie dan wel gemotiveerd aanvoert dat het welstandsadvies in strijd is met de volgens de welstandsnota geldende criteria. Ook laatstgenoemde omstandigheid kan aanleiding geven tot het oordeel dat het besluit van het college in strijd is met artikel 44, eerste lid, aanhef en onder d, van de Woningwet of niet berust op een deugdelijke motivering. Dit neemt echter niet weg dat een welstandsnota criteria kan bevatten die zich naar hun aard beter lenen voor beoordeling door een deskundige dan voor beoordeling door een aanvrager of derde-belanghebbende.