ECLI:NL:RVS:2009:BJ9168
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- B. van Wagtendonk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding na interim measure EHRM
De zaak betreft het hoger beroep van een vreemdeling tegen een uitspraak van de rechtbank die zijn vreemdelingenbewaring handhaafde en zijn verzoek om schadevergoeding afwees. De vreemdeling betoogde onder meer dat interim measures van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) tegen Finland reden waren om niet naar Italië uitgezet te mogen worden.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat deze interim measures niet nader waren gemotiveerd en daarom onvoldoende grond boden voor het betoog van de vreemdeling. Een latere interim measure van het EHRM, die Nederland verbood de vreemdeling uit te zetten, leidde tot opheffing van de bewaring, maar kon niet worden teruggeprojecteerd op de periode van de oorspronkelijke uitspraak.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank dat er destijds nog zicht op uitzetting naar Italië binnen een redelijke termijn bestond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen en het hoger beroep werd kennelijk ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak over vreemdelingenbewaring en wijst het verzoek om schadevergoeding af.