Uitspraak
200803362/1), voert [appellant] aan dat het CBR, door de uitslag van deze onderzoeken desondanks aan het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs ten grondslag te leggen, heeft gehandeld in strijd met de ingevolge artikel 3:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vereiste zorgvuldigheid.
200404711/1) en een drietal wetenschappelijke publicaties, zijn in beroep aangevoerde stelling dat deze verhoging op zichzelf de diagnose alcoholmisbruik niet kan dragen.
200803362/1) niet worden afgeleid dat het blokkeringsrecht alsnog in hoger beroep kan worden ingeroepen, indien hier niet eerder in de (gerechtelijke) procedure een beroep op is gedaan.
200606675/1), bestaat in een geval waarin de diagnose alcoholmisbruik in ruime zin is gesteld, slechts aanleiding om de ongeldigverklaring niet in stand te laten, indien de psychiatrische rapportage naar inhoud of wijze van totstandkoming gebreken vertoont, inhoudelijk tegenstrijdig is of anderszins niet of niet voldoende concludent is, zodanig dat het CBR zich daarop niet heeft mogen baseren. Niet is gebleken dat dat het geval is. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 17 december 2008 in zaak nr.
200802480/1), is het aan de betrokkene om aan te tonen dat de geconstateerde verhoogde gamma-GT-waarde wordt veroorzaakt door andere klinische oorzaken dan alcholmisbruik. Het door [appellant] overgelegde medische rapport van een maag-, darm- en leverarts is daartoe onvoldoende, nu deze arts weliswaar concludeert dat alcoholmisbruik, gezien de verklaringen van [appellant] hieromtrent, onwaarschijnlijk lijkt, maar hieruit niet blijkt dat alcoholmisbruik als oorzaak is uit te sluiten. De rechtbank heeft aan dit rapport dan ook terecht niet de waarde gehecht, die [appellant] hieraan gehecht wilde zien.