ECLI:NL:RVS:2009:BJ9479
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand voor geschil volkstuinvereniging
De raad voor rechtsbijstand Amsterdam wees op 17 januari 2007 een aanvraag om toevoeging voor rechtsbijstand af voor appellant, die een geschil had met een volkstuinvereniging over het afbouwen van een plantenkas. De raad oordeelde dat het belang redelijkerwijs door appellant zelf kon worden behartigd, eventueel met bijstand van een andere persoon of instelling buiten de Wet op de rechtsbijstand (Wrb).
Appellant maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar dit werd op 21 december 2007 ongegrond verklaard. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van appellant tegen deze beslissing eveneens ongegrond op 21 januari 2009. Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat de weigering van de toevoeging terecht was op grond van artikel 12, tweede lid, aanhef en onder g, van de Wrb en het beleid uit het Handboek Toevoegen 2007. De Afdeling vond dat appellant in staat moest worden geacht zelf het geschil met de volkstuinvereniging te regelen zonder advocaat, eventueel met andere hulp. De argumenten van appellant in hoger beroep werden grotendeels als herhaling van eerdere stellingen verworpen.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd op 7 oktober 2009 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de toevoeging voor rechtsbijstand bevestigd.