ECLI:NL:RVS:2009:BJ9480
Raad van State
- Hoger beroep
- W. van den Brink
- C.W. Mouton
- A.B.M. Hent
- Rechtspraak.nl
Vernietiging rechtbankuitspraak inzake vrijstelling bouw dakterras te Utrecht
Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht verleende op 4 april 2007 een vrijstelling en bouwvergunning voor een dakterras aan een vergunninghouder op een perceel te Utrecht. Tegen deze besluiten maakten wederpartijen bezwaar, dat door het college ongegrond werd verklaard. De rechtbank Utrecht vernietigde echter deze besluiten op 9 december 2008, gegrond op een onzorgvuldige belangenafweging en onvoldoende motivering.
Het college stelde hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep behandeld en geoordeeld dat het college bij het verlenen van de vrijstelling een zorgvuldige belangenafweging heeft gemaakt. Het college heeft de belangen van de omwonenden bij privacy en woongenot afgewogen tegen het belang van de vergunninghouder, waarbij het college de afstandsnorm van 2 meter uit artikel 5:50 BW Pro als maatstaf hanteerde.
De Afdeling stelde vast dat de afstanden tussen het dakterras en de woningen van de wederpartijen ruim boven deze norm lagen, waardoor geen sprake was van een onevenredige aantasting. De rechtbank had dit onvoldoende onderkend en daarmee ten onrechte de besluiten vernietigd. De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraken van de rechtbank en verklaarde de beroepen ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep van het college wordt gegrond verklaard, de uitspraken van de rechtbank worden vernietigd en de beroepen worden ongegrond verklaard.