Uitspraak
200508021/1) kan de bevoegdheid tot het verlenen van vrijstelling krachtens artikel 19, derde lid, van de WRO in samenhang met artikel 20, eerste lid, aanhef en onder e, van het Besluit ruimtelijke ordening niet worden aangewend voor het oprichten van bebouwing waarvan het gebruik in strijd is met het bestemmingsplan. Niet in geschil is dat in de schuur ten behoeve van het gebruik als kantoor bouwvergunningplichtige werkzaamheden zijn verricht. Nu voor die werkzaamheden geen bouwvergunning is gevraagd of verleend kan niet met toepassing van artikel 19, derde lid, van de WRO vrijstelling worden verleend voor gebruik, dat slechts mogelijk is geworden door de bouw zonder bouwvergunning. De omstandigheid dat het college de last tot het ongedaan maken van de aan de schuur uitgevoerde verbouwing en het herstel daarvan in de oude staat heeft herroepen, maakt dit niet anders, in aanmerking genomen dat het college dat gedaan heeft omdat het deze last, ofschoon rechtmatig, onredelijk bezwarend voor [appellant] achtte. De rechtbank heeft terecht geen grond gevonden voor een ander oordeel.