Uitspraak
200807581/2heeft aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste en derde lid, van de Awb bij een vergunning verleend krachtens artikel 19d van de Nbw 1998. De Afdeling ziet in dit geval geen aanleiding voor een ander oordeel.
200802600/1en
200807857/1is, anders dan het college betoogt, het bestaan van een vergunning krachtens Hinderwet of de Wet milieubeheer niet relevant voor de vraag of een vergunning krachtens de Nbw 1998 is vereist en kan worden verleend en betekent het evenmin dat er vergunde rechten zouden zijn waarmee bij het verlenen van de vergunning krachtens de Nbw 1998 rekening zou kunnen worden gehouden. Niet kan zonder meer worden aangenomen dat bij het verlenen van een vergunning op grond van de Hinderwet of de Wet milieubeheer, dezelfde activiteiten in dezelfde omvang ter beoordeling hebben gestaan. Gelet op het voorgaande heeft het college onvoldoende gemotiveerd waarom is uitgesloten dat de exploitatie van de nertsenfokkerij en -pelserij, afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten, geen significante gevolgen heeft voor het gebied afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen daarvan.