ECLI:NL:RVS:2009:BJ9893
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanvraag verblijfsvergunning asiel na machtswisseling in land van herkomst
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister werd afgewezen op grond van gewijzigde omstandigheden in het land van herkomst, Kirgizië, waar een machtswisseling had plaatsgevonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De vreemdeling betoogde dat de erkenning van vluchtelingschap declaratoir is en dat de gewijzigde politieke situatie in Kirgizië, inclusief verslechterde veiligheidssituatie voor etnische Russen, niet tot afwijzing mocht leiden. Tevens stelde hij dat hij tevergeefs bescherming had gezocht bij de autoriteiten en dat cumulatieve omstandigheden onvoldoende waren meegewogen.
De Raad van State oordeelde dat bij de beoordeling van de aanvraag de situatie op het moment van het besluit bepalend is en dat artikel 1(C) van het Vluchtelingenverdrag niet van toepassing is bij deze toetsing. De Raad bevestigde dat de minister terecht oordeelde dat de vreemdeling geen gegronde vrees voor vervolging meer had, mede omdat de partij waarbij de vreemdeling betrokken was nu aan de macht was. Het beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel bevestigd.