Uitspraak
200706308/1overwogen dat de wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen), die op 15 november 2007 in werking is getreden, onmiddellijke werking heeft en het besluit van 3 maart 2009 derhalve wat betreft luchtkwaliteitseisen dient te worden beoordeeld aan de hand van die wet. Gelet op het naar de luchtkwaliteit uitgevoerde onderzoek, dat deel uitmaakt van de ruimtelijke onderbouwing, heeft de voorzieningenrechter terecht geoordeeld dat het project niet leidt tot overschrijding van de in de Wet milieubeheer neergelegde grenswaarden voor verontreinigende stoffen. In hetgeen [appellant sub 1] en [appellanten sub 2] in hoger beroep hebben aangevoerd, ziet de voorzitter geen grond voor het oordeel dat aan dat onderzoek zodanige gebreken kleven dat het niet aan de vrijstelling ten grondslag had mogen worden gelegd. De voorzieningenrechter heeft dan ook terecht geconcludeerd dat de Wet milieubeheer niet aan het verlenen van vrijstelling in de weg staat.
200808775/1, onder verstoren als bedoeld in dat artikel niet het visueel verstoren dient te worden begrepen.