ECLI:NL:RVS:2009:BK1133
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- T.M.A. Claessens
- M.A.A. Mondt Schouten
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens veiligheidsrisico in Libanon
De staatssecretaris van Justitie wees op 30 januari 2008 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond en vernietigde het besluit, maar de staatssecretaris ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde vast dat artikel 15, aanhef en onder c, van richtlijn 2004/83/EG bescherming biedt bij uitzonderlijke situaties van ernstig willekeurig geweld. De toetsing van de staatssecretaris aan artikel 29, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vreemdelingenwet 2000, sluit hierop aan en biedt reeds de vereiste bescherming.
De vreemdeling stelde dat er sprake was van een reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Libanon vanwege gevechten in mei 2008. De aangevoerde bronnen toonden echter aan dat deze gevechten aan het einde van mei 2008 waren beëindigd. Hierdoor was er geen sprake van een verslechtering van de algemene veiligheidssituatie ten opzichte van het moment van het besluit in januari 2008.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Er was geen grond voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris blijft in stand.