AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens te late indiening beroepschrift bouwvergunning
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum heeft op 13 april 2007 geweigerd een bouwvergunning te verlenen aan Ogam B.V. voor het plaatsen van een balkon aan de achterzijde van het pand Prinseneiland 22A te Amsterdam. Ogam maakte bezwaar tegen dit besluit, dat op 4 december 2007 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde Ogam beroep in bij de rechtbank Amsterdam, die dit beroep op 20 november 2008 ongegrond verklaarde.
Ogam stelde hoger beroep in bij de Raad van State, maar dit beroepschrift werd op 28 januari 2009 ingediend, nadat de termijn was verstreken. De Raad van State overwoog dat de termijn voor het indienen van het hoger beroep liep van 22 november 2008 tot en met 2 januari 2009. Er was geen sprake van verschoonbare te late indiening, mede omdat de uitspraak op 17 december 2008 nogmaals aan de gemachtigde van Ogam was verzonden.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer op 28 oktober 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep van Ogam B.V. is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening van het beroepschrift.
Uitspraak
200900813/1/H1.
Datum uitspraak: 28 oktober 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ogam B.V., gevestigd te Amstelveen,
appellante,
tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 20 november 2008 in zaak nr. 08/99 in het geding tussen:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ogam B.V.
en
het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 april 2007 heeft het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum (hierna: het dagelijks bestuur) geweigerd aan de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Ogam B.V. (hierna: Ogam) bouwvergunning te verlenen voor het plaatsen van een balkon aan de achterzijde van het pand Prinseneiland 22A te Amsterdam (hierna: het pand).
Bij besluit van 4 december 2007 heeft het dagelijks bestuur het door Ogam daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 20 november 2008, verzonden op 21 november 2008, heeft de rechtbank Amsterdam (hierna: de rechtbank) het door Ogam daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Deze uitspraak is aangehecht.
Tegen deze uitspraak heeft Ogam bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 28 januari 2009, hoger beroep ingesteld. De gronden van het hoger beroep zijn aangevuld bij brief van 25 februari 2009.
Het dagelijks bestuur heeft een verweerschrift ingediend.
Daartoe in de gelegenheid gesteld, heeft [belanghebbende] een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Het dagelijks bestuur heeft nadere stukken ingediend.
De zaak is door een meervoudige kamer van de Afdeling verwezen naar een enkelvoudige.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 augustus 2008, waar Ogam, vertegenwoordigd door mr. A.D. Sunter, advocaat te Amsterdam, en het dagelijks bestuur, vertegenwoordigd door mr. M.E. Arendsen, ambtenaar in dienst van het stadsdeel, zijn verschenen. Voorts is daar [belanghebbende], in persoon, gehoord.
2. Overwegingen
2.1. Ingevolge artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) vangt de termijn voor het indienen van een hoger-beroepschrift aan met ingang van de dag na die waarop de rechtbankuitspraak op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt.
Ingevolge artikel 6:9, eerste lid, van de Awb is een beroepschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.
Ingevolge artikel 6:11 vanPro de Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest.
2.2. De aangevallen uitspraak is blijkens de in het dossier bevindende brieven van 21 november 2008 aangetekend verzonden op die dag, zodat de termijn voor het indienen van een hoger-beroepschrift ingevolge het bepaalde in artikel 6:8, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24, eerste lid, van de Awb is begonnen op 22 november 2008 en geëindigd op 2 januari 2009.
Het hoger-beroepschrift is op 28 januari 2009 ingekomen en derhalve niet binnen die termijn ingediend.
2.3. Geen grond bestaat voor het oordeel dat de te late indiening van het hoger-beroepschrift in dit geval verschoonbaar is, als bedoeld in artikel 6:11 vanPro de Awb. Blijkens de dossierstukken is de aangevallen uitspraak op 17 december 2008 nogmaals aan de gemachtigde van Ogam verzonden. Aan de stelling van Ogam dat de aangevallen uitspraak eerst op 15 januari 2009 is verzonden aan haar gemachtigde, kan, mede in dit licht bezien, niet de door haar gewenste betekenis worden gehecht.
2.4. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk.
2.5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
Recht doende in naam der Koningin:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. S.F.M. Wortmann, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.W.J. Sloots, ambtenaar van Staat.