Uitspraak
200800352/1.
200800352/1, heeft de Afdeling de aangevallen uitspraak bevestigd. De uitspraak is aangehecht.
Raad van State
In deze zaak verzochten de belanghebbenden om herziening van een eerdere uitspraak waarin de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State de weigering van een bouwvergunning door het college van burgemeester en wethouders van Gouda had bevestigd. De bouwvergunning betrof het gedeeltelijk vernieuwen en veranderen van een pand op een perceel in Gouda.
De verzoekers stelden dat het college de Afdeling onjuist had geïnformeerd over de afwezigheid van concrete besluitvorming met betrekking tot andere projecten die de verkeersdruk zouden verhogen. Zij overlegden stukken waaruit zij meenden dat wel concrete besluiten waren genomen over projecten die de verkeersdruk zouden doen toenemen.
De Afdeling oordeelde echter dat de overgelegde stukken geen concrete besluitvorming aantoonden ten tijde van de zitting en het besluit op bezwaar. Bovendien waren de verzoekers al vóór de uitspraak bekend met de ontwikkelingen waarop zij zich beroepen. Hierdoor waren de voorwaarden voor herziening op grond van artikel 8:88 van Pro de Algemene wet bestuursrecht niet vervuld.
De Afdeling concludeerde dat het college in redelijkheid de weigering van ontheffing kon baseren op de belangenafweging en dat geen sprake was van nieuwe feiten of omstandigheden die tot een andere uitspraak zouden leiden. Het verzoek tot herziening werd daarom afgewezen, zonder toekenning van proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot herziening van de uitspraak over de weigering van de bouwvergunning wordt afgewezen wegens het ontbreken van nieuwe feiten die tot een andere uitspraak zouden leiden.