ECLI:NL:RVS:2009:BK1932

Raad van State

Datum uitspraak
27 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200907266/2/H1
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
  • H.G. Lubberdink
  • M.W. Wijers
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 AwbArt. 122 GemeentewetBouwverordening 's-Hertogenbosch 1988 art. 7.3.1Wet op de ruimtelijke ordeningInvoeringswet Wet ruimtelijke ordening
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorlopige voorziening tegen gebruik garageboxen als bedrijfsruimte in strijd met bestemmingsplan

Het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch heeft op 13 januari 2009 aan Wheely Wear en Wheely Care een last onder dwangsom opgelegd om het gebruik van twee garageboxen als bedrijfsruimten te staken. Dit besluit werd door het college op 8 mei 2009 in bezwaar gehandhaafd. De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch verklaarde het beroep van verzoekers op 10 augustus 2009 ongegrond.

Verzoekers stelden vervolgens bij de Raad van State een verzoek om voorlopige voorziening in, hangende het hoger beroep tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter. De voorzitter behandelde het verzoek op 15 oktober 2009. Het college baseerde haar besluit op het bestemmingsplan "Uitbreidingsplan in onderdelen 1934 de Vliert c.a.", waarin de bestemming "Open terreinen" geldt, en op het gebruiksverbod uit artikel 7.3.1 van de Bouwverordening 's-Hertogenbosch 1988.

De voorzitter oordeelde dat de vraag of artikel 7.3.1 van de Bouwverordening na de inwerkingtreding van de Wet op de ruimtelijke ordening en de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening op 1 juli 2008 is vervallen, niet in deze voorlopige voorziening kan worden beantwoord en zal worden behandeld in de bodemprocedure. Omdat het college geen zwaarwegende belangen had aangevoerd tegen schorsing en er geen belangen van derden waren die zich daartegen verzetten, werd het besluit van het college geschorst. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan verzoekers.

Uitkomst: De voorlopige voorziening schorst de besluiten van het college en veroordeelt het college tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

200907266/2/H1.
Datum uitspraak: 27 oktober 2009
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van Pro de Algemene wet bestuursrecht) hangende het hoger beroep van:
Wheely Wear [verzoeker A] en Wheely Care [verzoeker B], gevestigd te [plaats],
tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch van 10 augustus 2009 in zaak nr. 09/1905 in het geding tussen:
verzoekers
en
het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 januari 2009 heeft het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch (hierna: het college) Wheely Wear [verzoeker A] en Wheely Care [verzoeker B] (hierna [verzoekers]) onder oplegging van een dwangsom gelast het gebruik van twee garageboxen aan de [locatie] te [plaats] (hierna: de garageboxen) als bedrijfsruimten te staken en gestaakt te houden.
Bij besluit van 8 mei 2009 heeft het college het door [verzoekers] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.
Bij uitspraak van 10 augustus 2009, verzonden op dezelfde dag, heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Hertogenbosch het door [verzoekers] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben [verzoekers] bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 september 2009, hoger beroep ingesteld.
Bij brief, bij de Raad van State ingekomen op 17 september 2009, hebben [verzoekers] de voorzitter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzitter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 15 oktober 2009, waar [verzoekers], in persoon en bijgestaan door mr. R. Visser, advocaat te 's-Hertogenbosch, en het college, vertegenwoordigd door mr. J.J.H. van Goch, ambtenaar in dienst van de gemeente, zijn verschenen.
2. Overwegingen
2.1. Het oordeel van de voorzitter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.
2.2. Het college heeft aan de besluitvorming ten grondslag gelegd dat het bedrijfsmatig gebruik van de garageboxen in strijd is met de uit het ter plaatse als bestemmingsplan geldende "Uitbreidingsplan in onderdelen 1934 de Vliert c.a." voortvloeiende bestemming "Open terreinen" en dat het algemene gebruiksverbod zoals opgenomen in artikel 7.3.1. van de Bouwverordening 's-Hertogenbosch 1988 (hierna: de Bouwverordening) daarop van toepassing is.
In verband daarmee dient de rechtsvraag te worden beantwoord of artikel 7.3.1. van de Bouwverordening na de inwerkingtreding van de Wet op de ruimtelijke ordening en de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening op 1 juli 2008 op grond van artikel 122 van Pro de Gemeentewet van rechtswege is vervallen. Deze vraag leent zich niet voor beantwoording in de onderhavige procedure en zal dan ook in de bodemprocedure beantwoord moeten worden. Gelet hierop moet de vraag, of in afwachting daarvan de besluiten van 13 januari en 8 mei 2009 geschorst dienen te worden, met name worden beantwoord aan de hand van een afweging van de betrokken belangen. Nu namens het college geen zwaarwegende belangen zijn aangevoerd die zich verzetten tegen schorsing van die besluiten en voorts niet is gebleken dat belangen van derden zich daartegen verzetten, ziet de voorzitter aanleiding de hierna te melden voorlopige voorziening te treffen.
Bevorderd zal worden dat de behandeling van de bodemprocedure begin 2010 zal plaatsvinden.
2.3. Het college dient op na te melden wijze in de proceskosten te worden veroordeeld.
3. Beslissing
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. schorst bij wijze van voorlopige voorziening het besluit van het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch van 8 mei 2009, kenmerk SO/JUR 1056 p.v. 90034, en het besluit van 13 januari 2009, kenmerk SOB08120JH;
II. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch tot vergoeding van bij Wheely Wear [verzoeker A] en Wheely Care [verzoeker B] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 644,00 (zegge: zeshonderdvierenveertig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;
III. gelast dat het college van burgemeester en wethouders van 's-Hertogenbosch aan Wheely Wear [verzoeker A] en Wheely Care [verzoeker B] het door hen voor de behandeling van het verzoek betaalde griffierecht ten bedrage van € 447,00 (zegge: vierhonderdzevenenveertig euro) vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Lubberdink, als voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.W. Wijers, ambtenaar van Staat.
w.g. Lubberdink w.g. Wijers
voorzitter ambtenaar van Staat
Uitgesproken in het openbaar op 27 oktober 2009
444