ECLI:NL:RVS:2009:BK1944
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- C.W. Mouton
- C.H.M. van Altena
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huisvestingsvergunning wegens niet voldoen aan passendheidscriterium
Het college van burgemeester en wethouders van Gouda wees de aanvraag van appellant om een huisvestingsvergunning af omdat hij niet minimaal vijf jaar onafgebroken in Gouda of een regiogemeente woonachtig was, zoals vereist in de Huisvestingsverordening 1996.
Appellant stelde dat hij wel aan het passendheidscriterium voldeed en dat het college ten onrechte de hardheidsclausule niet toepaste, onder verwijzing naar zijn emotionele binding met de woning en een verklaring van zijn huisarts over zijn gezondheidstoestand. Tevens voerde hij aan dat hij op toezeggingen van woningcorporatiemedewerkers mocht vertrouwen.
De Raad van State oordeelde dat appellant onvoldoende aantoont aan het passendheidscriterium te voldoen en dat het college terecht geen aanleiding zag om af te wijken van de verordening. De emotionele binding en gezondheidsargumenten waren onvoldoende om de hardheidsclausule toe te passen. Ook was geen sprake van toezeggingen door het college die bindend waren.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de huisvestingsvergunning omdat appellant niet voldoet aan het passendheidscriterium.