ECLI:NL:RVS:2009:BK1960
Raad van State
- Hoger beroep
- C.W. Mouton
- C.H.M. van Altena
- S.F.M. Wortmann
- Rechtspraak.nl
Bevestiging onrechtmatigheid RDW-besluit tot geldigheid kentekenbewijs na diefstal
De directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) had bij besluit van 25 februari 2008 het kentekenbewijs van een voertuig, dat eerder ongeldig was verklaard vanwege diefstal, weer geldig verklaard en de tenaamstelling in het kentekenregister hersteld. Dit besluit werd door de rechtbank Maastricht vernietigd omdat de RDW volgens de rechtbank niet bevoegd was tot het nemen van dit besluit.
De RDW stelde in hoger beroep dat zij op grond van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994) bevoegd was om kentekenbewijzen af te geven, ongeldig te verklaren en tenaamstellingen te doen vervallen, en dat hieruit ook de bevoegdheid voortvloeit om een ongeldig verklaard kentekenbewijs weer geldig te verklaren en een vervallen tenaamstelling te doen herleven. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat deze bevoegdheid niet bestond ten tijde van het besluit, omdat het vierde lid van artikel 58 WVW Pro 1994, dat deze bevoegdheid expliciet regelt, pas op 1 mei 2009 in werking trad en er geen algemene maatregel van bestuur was die de herleving van tenaamstellingen regelde.
De Afdeling benadrukte dat het herleven van een tenaamstelling en het geldig verklaren van een kentekenbewijs belangrijke gevolgen heeft voor de betrokkene, zoals het afsluiten van een aansprakelijkheidsverzekering en het betalen van belastingen. Daarom is een duidelijke wettelijke grondslag vereist, die ontbrak. Het hoger beroep van de RDW werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Tot slot werd de RDW veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de wederpartij en werd het griffierecht geheven. De uitspraak werd uitgesproken in het openbaar op 4 november 2009.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de RDW niet bevoegd was het kentekenbewijs geldig te verklaren en wijst het hoger beroep af.