Uitspraak
200900007/1/V2volgt uit rechtsoverweging 116 van voormeld arrest van het EHRM van 17 juli 2008, NA. tegen het Verenigd Koninkrijk, niet dat reeds het enkele behoren tot een kwetsbare minderheidsgroep, als bedoeld in paragraaf C2/3.1.3. van de Vc 2000, voldoende is om te concluderen dat ten aanzien van de desbetreffende vreemdeling bij terugkeer naar het land van herkomst een schending van artikel 3 van Pro het EVRM dreigt. De in die rechtsoverweging, bij wijze van uitzondering, vermelde situatie waarin de desbetreffende vreemdeling naast het behoren tot de betrokken groep geen nadere specifieke individuele kenmerken aannemelijk hoeft te maken, doet zich eerst dan voor indien aannemelijk gemaakt is dat die groep systematisch wordt blootgesteld aan een praktijk van onmenselijke behandelingen.