ECLI:NL:RVS:2009:BK2273
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- T.M.A. Claessens
- R. van der Spoel
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling ten onrechte niet geconfronteerd met gegevens bij afwijzing verblijfsvergunning
De vreemdeling diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, die op 7 december 2006 werd afgewezen door de minister vanwege gegevens dat mantelzorg in Iran aanwezig zou zijn. De vreemdeling betwistte de juistheid en herkomst van deze gegevens en werd niet in de gelegenheid gesteld hierop te reageren, wat in strijd is met artikel 4:7 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Na bezwaar werd het besluit van 7 december 2006 op 10 juli 2008 herroepen en werd de vreemdeling alsnog een verblijfsvergunning verleend. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het oorspronkelijke besluit niet deugdelijk gemotiveerd was en dat de vaststelling omtrent mantelzorg in Iran onjuist was.
De staatssecretaris wees het verzoek om vergoeding van de proceskosten in bezwaar af, maar de Raad van State vernietigt dit besluit en veroordeelt de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten in bezwaar en in hoger beroep, omdat de onrechtmatigheid aan de minister toe te rekenen is en de vreemdeling niet correct is geïnformeerd over de gegevens waarop het besluit was gebaseerd.
De uitspraak bevestigt het belang van hoor en wederhoor bij besluiten die op gegevens steunen die afwijken van de door de aanvrager verstrekte informatie en benadrukt de motiveringsplicht van bestuursorganen.
Uitkomst: Het besluit van de staatssecretaris wordt vernietigd en de vreemdeling krijgt vergoeding van proceskosten toegekend wegens onrechtmatigheid.