ECLI:NL:RVS:2009:BK2918
Raad van State
- Hoger beroep
- C.M. Ligtelijn-van Bilderbeek
- T.M.A. Claessens
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nihilvergoeding rechtsbijstand wegens niet tijdig overleggen toevoeging
De zaak betreft een hoger beroep van een rechtsbijstandverlener tegen een besluit van de raad voor rechtsbijstand die de vergoeding voor verleende rechtsbijstand op nihil heeft vastgesteld. Dit omdat de toevoegingen niet tijdig aan de rechter zijn overgelegd, zoals vereist volgens artikel 29 Wrb Pro.
De raad had vier toevoegingen verleend in civielrechtelijke zaken, waarbij het gerechtshof de Staat veroordeelde tot betaling van proceskosten aan de cliënten. Door het niet tijdig overleggen van de toevoegingen kon artikel 243 WRv Pro niet worden toegepast, waardoor de vergoeding werd verminderd met de volledige proceskostenvergoeding die de wederpartij aan de cliënten moest betalen.
De appellant stelde dat de rechtbank ten onrechte geen rekening hield met proceskosten die zijn cliënten aan de wederpartij moesten betalen en dat hij daardoor onterecht schade leed. De Raad van State verwierp dit betoog en bevestigde dat de sanctie in artikel 29, tweede lid, Wrb inhoudt dat de volledige proceskostenvergoeding van de wederpartij in mindering wordt gebracht.
De Raad benadrukte dat de proceskosten die cliënten aan de wederpartij moeten betalen buiten de toevoeging vallen en niet door de raad worden vergoed. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de nihilvergoeding voor rechtsbijstand wordt bevestigd.