Uitspraak
200902081/1, ter zitting behandeld op 18 september 2009, waar het college, vertegenwoordigd door mr. S. Gonzalez van Dijk en drs. M.C.E. Brouwer, beide ambtenaar in dienst van de gemeente, [wederpartij sub 1], in persoon, en [wederpartij sub 2], in persoon en bijgestaan door mr. J. de Roo, advocaat te Oosterhout, zijn verschenen. Voorts is ter zitting [vergunninghouder], vertegenwoordigd door mr. G.J.M. de Jager, advocaat te Rotterdam, als partij gehoord.
200502071/1) moet bij de toetsing van een bouwplan aan een bestemmingsplan niet slechts worden bezien of het bouwwerk overeenkomstig de bestemming van het perceel kan worden gebruikt, doch mede of het bouwwerk ook met het oog op zodanig gebruik wordt opgericht. In dit geval is op de bouwaanvraag als beoogd gebruik vermeld: opslag eigen materiaal en materieel. Bij de aanvraag waren echter foto's gevoegd waarop is te zien dat er verscheidene caravans onder het dak van de constructie zijn gestald. Bij het college zijn op grond hiervan terecht twijfels gerezen omtrent de aard van het beoogde gebruik. De enkele mededeling van [vergunninghouder], gedaan bij brief van 31 juli 2007, dat aldaar eigen materiaal en materieel zal worden gestald, biedt echter onvoldoende grondslag om die twijfels weg te nemen, nu dit slechts een herhaling is van hetgeen bij de aanvraag is vermeld. Het had op de weg van het college gelegen een nader onderzoek in te stellen. Nu het college dit terzake heeft nagelaten, is het besluit op bezwaar genomen in strijd met artikel 3.2 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit bij de rechtbank voorgedragen betoog van [wederpartij sub 1] en [wederpartij sub 2] slaagt derhalve.