ECLI:NL:RVS:2009:BK3317
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Vreemdelingenwet: afwijzing aanvraag verblijfsvergunning wegens ontbreken geldige mvv en mantelzorg in land van herkomst
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, maar deze aanvraag werd afgewezen vanwege het ontbreken van een geldige machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). De rechtbank had het bezwaar van de vreemdeling gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat de familie in Suriname niet in staat was de benodigde zorg te bieden.
De staatssecretaris stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte had aangenomen dat de familieleden in Suriname niet in staat waren mantelzorg te bieden, omdat de vreemdeling dit niet met objectief verifieerbare stukken had aangetoond. De enkele onwil van familieleden of de vreemdeling zelf om een beroep op hen te doen, is onvoldoende.
Voorts was de rechtbank onjuist in haar oordeel dat de mantelzorg die de dochter in Nederland biedt, aangevuld moet worden met professionele zorg die in Suriname niet beschikbaar zou zijn. Het advies van het Bureau Medische Advisering (BMA) ondersteunt dit niet. De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag verblijfsvergunning gehandhaafd.