ECLI:NL:RVS:2009:BK3319
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins de Vin
- B. van Wagtendonk
- P.A. Offers
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongewenstverklaring vreemdeling zonder medische beoordeling BMA
De vreemdeling werd op 30 augustus 2006 ongewenst verklaard door de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie. De staatssecretaris van Justitie verklaarde het bezwaar tegen deze ongewenstverklaring op 15 juli 2008 ongegrond. De rechtbank 's-Gravenhage verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit gegrond en vernietigde het besluit, met de opdracht tot een nieuwe belangenafweging. De staatssecretaris ging in hoger beroep.
De kern van het geschil betrof de vraag of de medische situatie van de vreemdeling voldoende was betrokken bij de belangenafweging rondom de ongewenstverklaring. Het Bureau Medische Advisering (BMA) kon geen inhoudelijk advies uitbrengen omdat de vreemdeling ten tijde van het besluit niet onder behandeling stond en geen medische documenten had overgelegd. De rechtbank oordeelde dat daardoor de belangenafweging niet zorgvuldig was gebeurd.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde echter dat het ontbreken van medische informatie van de vreemdeling het onmogelijk maakte voor het BMA een inhoudelijk advies te geven, en dat de staatssecretaris zich op het standpunt mocht stellen dat er geen medische omstandigheden waren die aan de ongewenstverklaring in de weg stonden. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond. Andere beroepsgronden werden niet behandeld omdat deze niet in hoger beroep waren aangevoerd.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.