ECLI:NL:RVS:2009:BK3598
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens onvoldoende motivering
De raad voor rechtsbijstand Amsterdam wees op 11 september 2007 de aanvragen om toevoeging voor rechtsbijstand van appellant af. Na een ongegrond verklaard bezwaar en beroep bij de rechtbank Amsterdam, stelde appellant hoger beroep in bij de Raad van State. De zaak betrof geschillen over een vordering tot schadevergoeding op een adviesbureau en een debetsaldo bij ABN-AMRO, waarbij appellant persoonlijk failliet was verklaard en het bedrijf een vennootschap onder firma was die failliet was.
De Afdeling oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat het geschil over het debetsaldo verband hield met de uitoefening van een zelfstandig beroep of bedrijf, waarvoor geen toevoeging wordt verleend. Echter, ten aanzien van het geschil met het adviesbureau was het faillissement opgeheven en appellant persoonlijk aansprakelijk voor de restschuld. De raad voor rechtsbijstand had dit niet voldoende betrokken in zijn besluit, waardoor het besluit onvoldoende gemotiveerd was en vernietiging vereiste.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit van 11 april 2008 en de uitspraak van de rechtbank voor zover deze betrekking hadden op de afwijzing van de aanvraag van 23 maart 2007. De raad voor rechtsbijstand werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en terugbetaling van griffierecht. De zaak werd terugverwezen voor een nieuw besluit op bezwaar met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de toevoeging wordt vernietigd vanwege onvoldoende motivering.