Uitspraak
200705490/1), is voor het in stand laten van de rechtsgevolgen niet vereist dat nog slechts één beslissing mogelijk is. In een geval als het onderhavige, waarin een besluit wegens het ontbreken van een kenbare belangenafweging is vernietigd, kan er, mede gelet op de beleidsvrijheid waarover het bestuursorgaan beschikt, uit een oogpunt van proceseconomie aanleiding zijn om de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten indien het bestuursorgaan vasthoudt aan zijn besluit, de vereiste belangenafweging alsnog heeft gemaakt en de andere partij zich daarover in voldoende mate heeft kunnen uitlaten. Beslissend daarbij is of de inhoud van het vernietigde besluit na de alsnog kenbaar gemaakte belangenafweging de rechterlijke toets kan doorstaan. De rechtbank heeft geen grond hoeven zien voor het oordeel dat die situatie zich hier voordoet. De in beroep overgelegde nadere rapportage van Grontmij van 2 oktober 2008, heeft de rechtbank daarvoor onvoldoende mogen achten. Die rapportage bevat een analyse van meergenoemde elf ongevallen met vrachtverkeer op de route door Eerbeek. Deze analyse van de feitelijke toedracht van bedoelde ongevallen, doet evenwel niet af aan het gegeven dat zich in onderzoeksperiode op de route door Eerbeek elf ongevallen met vrachtverkeer hebben voorgedaan, terwijl dergelijke ongevallen in die periode op de Harderwijkerweg in Laag-Soeren niet hebben plaatsgevonden. Nu ook met verwijzing naar deze nadere rapportage van Grontmij niet inzichtelijk wordt gemaakt waarom aan dit gegeven minder gewicht zou moeten worden toegekend dan aan de verkeersonveiligheid in Laag-Soeren die nog niet tot ongevallen heeft geleid, heeft de rechtbank geen aanleiding hoeven zien om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand te laten.