ECLI:NL:RVS:2009:BK3626
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit tot verwijdering vaartuig uit openbaar water wegens ontbreken vergunning
Het dagelijks bestuur van het stadsdeel Centrum heeft [appellant] bevolen het vaartuig gelegen in de Amstel te verwijderen, omdat het vaartuig zonder vergunning ligplaats innam in het openbaar water. [Appellant] maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door het bestuur werd afgewezen. De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van [appellant] ongegrond.
In hoger beroep betoogde [appellant] dat het vaartuig als bedrijfsvaartuig moest worden aangemerkt en dat het besluit daarom onterecht was. De Raad van State oordeelde dat [appellant] onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat het vaartuig hoofdzakelijk voor bedrijfsactiviteiten werd gebruikt. Ook het subsidiaire standpunt dat het vaartuig een pleziervaartuig zou zijn, werd verworpen omdat dit niet strookte met eerdere verklaringen van [appellant].
De Raad van State bevestigde het oordeel van de rechtbank dat het vaartuig als object in de zin van de Verordening op de haven en het binnenwater 2006 moet worden beschouwd en dat het dagelijks bestuur bevoegd was het besluit tot verwijdering te nemen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot verwijdering van het vaartuig bevestigd.