ECLI:NL:RVS:2009:BK3627
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- C.H.M. van Altena
- D. Roemers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dat brief over toezicht en thuisbrengen geen besluit is
De burgemeester van Rotterdam stuurde een brief waarin werd meegedeeld dat haar zoon, indien hij na 21.00 uur zonder begeleiding op straat is of overlast veroorzaakt, door de politie of een toezichthouder kan worden meegenomen en thuisgebracht.
De burgemeester verklaarde het bezwaar van de moeder tegen deze brief niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van artikel 1:3 Awb Pro zou zijn. De rechtbank Rotterdam verklaarde het beroep van de moeder ongegrond en de moeder stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de brief geen in rechte afdwingbare verplichting oplegt en geen wijziging van de rechtspositie van de moeder of haar zoon inhoudt. Het thuisbrengen van een kind door toezichthouders is een feitelijke handeling die ook zonder de brief is toegestaan. Daarom is de brief geen besluit in de zin van de Awb en staat hiertegen geen bezwaar open.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt dat de brief geen besluit is en verklaart het hoger beroep ongegrond.