ECLI:NL:RVS:2009:BK3631
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.E.M. Polak
- M.E.B. de Haseth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek handhaving gebruik agrarische bedrijfswoning als burgerwoning
Het college van burgemeester en wethouders van Roosendaal heeft op 4 april 2006 het verzoek van verzoekster afgewezen om handhavend op te treden tegen het gebruik van een agrarische bedrijfswoning als burgerwoning door bewoner. Na een bezwaarprocedure en een uitspraak van de rechtbank Breda, waarin het beroep van verzoekster ongegrond werd verklaard, heeft verzoekster hoger beroep ingesteld bij de Raad van State en tevens een voorlopige voorziening gevraagd.
De voorzitter van de Afdeling bestuursrechtspraak heeft het verzoek om voorlopige voorziening behandeld en geoordeeld dat er gerede twijfel bestaat of de uitspraak van de rechtbank stand zal houden, omdat de overtreding niet van geringe aard of ernst is. Desondanks is het verzoek afgewezen omdat het treffen van een voorlopige voorziening niet aangewezen is gezien de belangenafweging en het feit dat verzoekster met een dergelijke voorziening niet het beoogde resultaat kan bereiken.
Daarnaast is meegewogen dat bewoner de woning sinds 1994 bewoont en dat het college een gedoogbeschikking heeft afgegeven die de huidige bewoningssituatie toestaat totdat een nieuw bestemmingsplan in werking treedt. Het college werkt aan legalisering van het gebruik als burgerwoning, hetgeen in de bodemprocedure kan worden betrokken. Een voorlopige handhaving wordt daarom als te verstrekkend beschouwd.
De voorzitter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen het niet-handhavend optreden van het college wordt afgewezen.