ECLI:NL:RVS:2009:BK3654
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- B.P. Vermeulen
- C.J. Borman
- Rechtspraak.nl
Weigering verklaring van geen bezwaar pleegouderschap na zedendelict partner
De Raad voor de Kinderbescherming weigerde op 10 juni 2008 een verklaring van geen bezwaar af te geven aan appellante, omdat haar partner in 1980 onherroepelijk was veroordeeld voor een zedendelict. Deze weigering werd bevestigd in bezwaar en door de rechtbank Arnhem op 18 februari 2009. Appellante stelde dat de lange tijd sinds de veroordeling en het ontbreken van recidive bijzondere omstandigheden vormden om af te wijken van het beleid.
De Raad van State oordeelde dat de Raad voor de Kinderbescherming beleidsvrijheid heeft en dat het beleid om bij zedendelicten altijd een verklaring te weigeren niet onredelijk is, gezien het belang van een veilige opvoedomgeving voor het pleegkind. Een geïndividualiseerde verklaring is mogelijk, maar appellante en haar partner hebben geen bijzondere omstandigheden aangevoerd en waren niet open over het strafbare feit.
De Raad had contact opgenomen met de gezinsvoogd, die geen bezwaar had tegen de weigering. Hoewel appellante niet is gehoord over dit contact, leidde dit niet tot schending van haar belangen omdat het geen andere uitkomst zou hebben gegeven. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van de verklaring van geen bezwaar bevestigd.