Uitspraak
200902059/1, ter zitting behandeld op 14 oktober 2009, waar de raad, vertegenwoordigd door mr. M.E. van Schooten en H.J. Spiegelenberg, beiden werkzaam bij de raad, is verschenen.
200607001/1) volgt uit de artikelen 28 en 32 van de Wrb, in onderlinge samenhang bezien, en voor zover thans van belang, dat indien sprake is van één rechtsbelang met één toevoeging kan worden volstaan, tenzij sprake is van verschillende procedures dan wel in geval van één procedure sprake is van meer dan één instantie als bedoeld in artikel 32 van Pro de Wrb.
200705490/1), is voor het in stand laten van de rechtsgevolgen niet vereist dat nog slechts één beslissing mogelijk is. In dit geval is het besluit vernietigd, omdat het onvoldoende was gemotiveerd. Uit een oogpunt van proceseconomie kan het aangewezen zijn de rechtsgevolgen in stand te laten, indien het bestuursorgaan vasthoudt aan zijn besluit, het besluit alsnog voldoende motiveert en de andere partijen zich daarover in voldoende mate hebben kunnen uitlaten. Daarbij is beslissend of de inhoud van het vernietigde besluit na de alsnog kenbaar gemaakte motivering de rechterlijke toets kan doorstaan.